• Beschermende en risicofactoren ouderenmishandeling

    Factoren per profiel

    De factoren zijn onderverdeeld in de profielen 'Opzettelijke mishandeling' en 'Ontspoorde zorg'.

    Opzettelijke mishandeling

    Leefgebied

    Beschermende factoren

    Risicofactoren

    Huisvesting en woonomgeving

    • Prettige woonomgeving
    • Goede huisvesting
    • Goede zorg voor huisdieren
    • Moeizame verhuizing en/of verbouwing
    • Noodgedwongen samenwonen
    • Ontevreden over woning en/of woonomgeving
    • Problematische woonomgeving (criminaliteit, armoede, achterstand, overbevolking, slechte sociale voorzieningen)
    • Slechte of te kleine huisvesting
    • Slechte verzorging van huisdieren / dierenmishandeling

    Financiën 

    • Financieel overzicht
    • Inkomen
    • Voldoende financiën voor basiszorg als voedsel, kleding, verwarming, medische zorg e.d.
    • Geen financieel overzicht
    • Inkomensderving of schrijnende armoede
    • Schulden, hypotheek- of huurachterstand

    Zingeving

    • Gemeenschappelijke normen en waarden
    • Omgeving die agressie afwijst
    • Tolerante religieuze overtuigingen
    • Hulp kunnen en durven vragen
    • Van betekenis voelen
    • Erkennen van de impact van het geweld
    • Botsende normen en waarden over o.a. seksualiteit en autoriteit die regelmatig tot conflicten leiden
    • Culturele invloeden / afwijkende subculturele normen en waarden
    • Hoge tolerantie van agressie door omgeving
    • Onwrikbare religieuze overtuigingen
    • Problemen binnenhuis willen houden én oplossen

    Lichamelijk functioneren

    •  Goede gezondheid
    • Chronische klachten / ziekte
    • Lichamelijke beperkingen
    • Slechte gezondheid

    Dagbesteding

    • Dagbesteding naar draagkracht 
    • Gebrek aan dagbesteding
    • Verandering van patronen (werkeloosheid, pensionering)
    • Onderwaardering huisvrouw / -man

    Praktisch functioneren 

    • Dagelijkse structuur
    • Taakverdeling in het huishouden
    • Moeite met aanbrengen van dagelijkse structuur
    • Ongelijke taakverdeling in het huishouden

    Sociaal functioneren 

    • Steunend sociaal netwerk
    • Goede sociale vaardigheden
    • Weerbaar zijn
    • Beperkt sociaal netwerk of netwerk met negatieve invloed op de relatie
    • Sociaal isolement
    • Gebrek aan elementaire sociale vaardigheden
    • Ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals verhuizing en overlijden 

    Psychisch functioneren

    • Positief zelfbeeld
    • Stabiele persoonlijkheid
    • Positieve jeugdervaringen
    • Bewust zijn van eigen jeugdervaringen
    • (Boven)gemiddelde intelligentie
    • (Boven)gemiddelde emotionele intelligentie
    • Problematische jeugd van ouders (zelf slachtoffer geweest van mishandeling of de eigen relatie met ouders is als liefdeloos / afstandelijk ervaren)

    • Ernstige gedragsproblemen

    • Negatieve houding t.o.v. interventies / hulpverlening
    • Overmatige stress
    • Positieve opvattingen over antisociaal gedrag
    • Problemen met reguleren / uitdrukken van emoties
    • Verslavings- en/of psychische problematiek
    • Verstandelijke beperking (bijv. laag I.Q.)
  • Ontspoorde mantelzorg

    Leefgebied

    Beschermende factoren

    Risicofactoren

    Huisvesting en woonomgeving

    • Goede huisvesting
    • Hulp in de huishouding /verzorging met professionele attitude
    • (Angst voor) Verlies van zelfstandig wonen
    • Afhankelijk van hulp in de huishouding /verzorging

    Financiën 

    • Financieel overzicht
    • Inkomen
    • Voldoende financiën voor basiszorg als voedsel, kleding, verwarming, medische zorg e.d.
    • Afhankelijk van derden voor beheer financiën
    • Inkomensderving of schrijnende armoede

    Zingeving

    • Gemeenschappelijke normen en waarden
    • Omgeving die agressie afwijst
    • Tolerante religieuze overtuigingen
    • Hulp kunnen en durven vragen
    • Van betekenis voelen
    • Berusten in de situatie zoals deze is
    • Spreken over geweld is een taboe
    • Sterke religieuze overtuigingen
    • Problemen binnenhuis willen houden

    Lichamelijk functioneren

    •  Goede gezondheid
    • Toename van afhankelijkheid met lichamelijke verzorging

    Dagbesteding

    • Dagbesteding naar draagkracht 
    • Verandering van patronen (werkeloosheid, pensionering)

    Praktisch functioneren 

    • Dagelijkse structuur
    • Interesse in veranderingen in de samenleving
    • Moeite met aanbrengen van dagelijkse structuur
    • Snelheid van veranderingen in samenleving niet meer bij kunnen houden (o.a. pinnen)

    Sociaal functioneren 

    • Weerbaar zijn
    • Steunend sociaal netwerk
    • Minder in staat grenzen aan te geven
    • Sociaal isolement
    • Veranderd contact door (sociale) afhankelijkheid

    Psychisch functioneren

    • Stabiele persoonlijkheid
    • Veranderd gedrag door neurologische problemen als dementie