• Signalen eergerelateerd geweld

    Signalen herkennen

    Signalen van eergerelateerd geweld zijn soms moeilijk te herkennen, omdat zij vaak niet specifiek zijn voor eergerelateerd geweld. De meeste signalen kunnen ook op een andere zorg wijzen. Signalen staan niet op zichzelf, maar krijgen betekenis door de context. Er is altijd een wisselwerking tussen ons, onze relaties en de omgeving waarin we leven. Signalen kunnen daarom soms moeilijk te herkennen zijn als eergerelateerd geweld. Systeem gericht kijken helpt ons om een duidelijker beeld te krijgen van de persoon en zijn situatie.

    Gevoeligheid voor signalen

    Signaallijsten ondersteunen het signaleren van eergerelateerd geweld. Het is belangrijk om voorzichtig met signaallijsten om te gaan. Signaallijsten zijn niet volledig, ook andere signalen kunnen wijzen op vormen van eergerelateerd geweld. Bij het signaleren is het met name van belang dat er een gevoeligheid ontwikkeld wordt voor het herkennen van situaties die afwijken van het normale gedrag of de situatie. Het gevoelig zijn voor signalen noemen we 'signaalgevoeligheid' en kan worden versterkt doordat we ons verdiepen in eergerelateerd geweld.

  • Signalenlijst eergerelateerd geweld

    Slachtoffer

    Pleger

    • (Dreiging van) verbreken of verlies van contact met eigen familie
    • Doet een verzoek om een maagdelijkheidsverklaring
    • Doet negatieve uitlatingen over zichzelf
    • Doet pogingen om te vluchten of maakt plannen
    • Gaat eerder dan gepland op vakantie of komt later terug
    • Gedraagt zich in aanwezigheid van familie/ partner opvallend anders
    • Gedraagt zich sociaal wenselijk (aangepast)
    • Gedraagt zich stiekem (geheime afspraken, geld sparen)
    • Heeft angstklachten (trillen, hartkloppingen, zweten)
    • Heeft schuld- en schaamtegevoelens
    • Is achterdochtig, schuw of wantrouwend
    • Is bang om op vakantie te gaan (om achtergelaten te worden in het land van herkomst / voor besnijdenis
    • Mag geen spullen bezitten die de eer zouden kunnen schaden, bijvoorbeeld geld, westers georiënteerde filmbeelden of muziek
    • Mag niet beschikken over eigen identiteitsbewijs
    • Mag niet zelfstandig reizen en/of komt alleen onder begeleiding buitenshuis
    • Onderdrukt eigen wensen en behoeften
    • Sluit zich af van de buitenwereld, is in zichzelf gekeerd
    • Toont weinig emotie en gedraagt zich ontwijkend
    • Verbreekt abrupt het contact
    • Worstelt met “dubbelleven”
    • Appelleert aan de loyaliteit van het slachtoffer
    • Controleert het slachtoffer op doen en laten
    • Dwingt het slachtoffer om contacten te verbreken
    • Heeft een overmatig beschermende en normatieve houding
    • Heeft een rigide en vaak negatief oordeel over contacten van het slachtoffer
    • Houdt het slachtoffer bewust onwetend over de eigen rechtspositie
    • Intensiveert contact met familieleden en/of maakt plotselinge reizen naar het buitenland
    • Rechtvaardigt eigen gedrag door de afhankelijkheid van het slachtoffer te benoemen
    • Voelt zich vanuit het netwerk onder druk gezet om te handelen
    • Voelt zich verantwoordelijk voor de eer van de familie
    • Zoekt rechtvaardiging voor eigen gedrag in netwerk van gelijkgestemden