• Stap 3. Ga in gesprek met de ouder(s)

    Bij meisjesbesnijdenis kunnen signaleerders in principe het gesprek met de ouder(s) aangaan en de signalen en hun zorgen bespreken.

    1.  Bereid het gesprek voor:
    • Bedenk het doel.
    • Bedenk welke feiten u gaat benoemen.
    • Bedenk welke zorgen u gaat bespreken.
    • Bedenk wat de vervolgstappen zijn indien het niet lukt om overeenstemming te bereiken over wat er moet gebeuren.
    • Bedenk wie er betrokken dienen te worden (let op gezaghebbende ouder).

     

    1. Ga in gesprek met de ouder(s) bij een dreigende besnijdenis:
    • Deel feitelijke signalen, krachten en zorgen.
    • Verhelder de situatie.
    • Bespreek uw zorg dat het meisje (mogelijk) besneden zal worden.
    • Stel vast wat er moet gebeuren.
    • Stel vast wat vervolgstappen zijn als resultaat uitblijft.

     

    1. Ga in gesprek met de ouder(s) bij een (mogelijk) recent uitgevoerde besnijdenis:
    • Bespreek bij signalen die niet direct aan meisjesbesnijdenis te koppelen zijn, aan dat deze klanten ook worden gezien bij meisjes die besneden zijn en
    • Vraag ouder(s) of het mogelijk is dat het meisje besneden is.
    • Bespreek signalen die direct aan meisjesbesnijdenis te koppelen zijn en
    • Geef aan dat u gaat melden bij Veilig Thuis.

     

    Signalen die direct aan meisjesbesnijdenis te koppelen zijn, zijn bijvoorbeeld het feit dat het meisje verteld dat zij recent besneden is. Signalen die niet direct aan meisjesbesnijdenis te koppelen zijn, zijn bijvoorbeeld buikpijn en lusteloosheid.

    1. Ga naar stap 4.