• Stap 4 en 5. Weeg het geweld en/of de onveiligheid en beslis over melden en hulpverlenen

    1. Inventariseer alle risicofactoren. Indien nodig kan dit in meerdere gesprekken worden geïnventariseerd.
    2. De mate van risico op besnijdenis bij een meisje kan worden bepaald op basis van de volgende risico-inventarisatie: 
    1. Land van herkomst van moeder is een risicoland voor meisjesbesnijdenis.
    2. Land van herkomst van vader is een risicoland voor meisjesbesnijdenis.
    3. Moeder van het meisje is besneden.
    4. Zusjes zijn besneden.
    5. Partner en directe familieleden staan positief tegenover besnijdenis.
    6. Omgevingsdruk: gezin met veel familie in Nederland die druk uitoefent meisjesbesnijdenis uit te voeren en/of gezin met veel contacten binnen dezelfde etnische groep en er wordt druk uitgeoefend door de groep en/of de vraagbaak, steun en toeverlaat van de moeder als het om vrouwenaangelegenheden gaat oefent druk uit.
    7. (Familie)bezoek buitenland; gezin dat op (familie)bezoek gaat in het buitenland, met name het land van herkomst.
    8. Gezin is niet of slecht geïntegreerd; spreekt geen Nederlands, geen of weinig sociale contacten, werkloos.

     

    1. Het risico neemt met het aantal geconstateerde risicofactoren toe. Vooral punt 3 en 4 zijn zwaarwegende risicofactoren.
    2. De genoemde factoren zijn vooral statische factoren. Het is van belang om daarnaast ook dynamische factoren zoals culturele context en migratiecontext mee te nemen.
    3. De volgende punten zijn van belang om in de overwegingen mee te nemen:
    • Groepen waarin meisjes besneden worden kunnen een verschillende sociale, culturele (laag tot hoogopgeleid) en religieuze achtergrond hebben. Zij kunnen ook een vluchtelingen- of migrantenstatus hebben.
    • Er kan een verschil zijn in de leeftijd waarop meisjesbesnijdenis wordt gepraktiseerd met die in het land van herkomst. Men kan de gegevens uit landen van herkomst niet als absolute waarheid aannemen voor Nederland. Door de migratieomstandigheden kan de huidige situatie anders zijn. Als bijvoorbeeld een kind in het land van herkomst gebruikelijk op een leeftijd van 5-10 jaar zou worden besneden, betekent dit niet automatisch dat het kind in Nederland tot 5 jaar geen risico loopt.
    • Wees alert op gemengde huwelijken. Denk bijvoorbeeld aan een andere nationaliteit dan een Nederlandse ouder met een Afrikaanse ouder. Ervaring leert dat er nog veel risicokinderen gemist worden, onder andere als de moeder blank is. Ook kennen ouders elkaars mening over meisjesbesnijdenis niet altijd.

     

    1. Beoordeel de veiligheidssituatie en beantwoord de vijf afwegingsvragen, eventueel met Veilig Thuis. Deze inschatting is gebaseerd op het moment zelf. Motivatie en gedrag is veranderbaar, dat betekent dat ouders op een ander moment een andere motivatie en ander gedrag ten opzichte van meisjesbesnijdenis kunnen laten zien. Een inschatting van het risico op meisjesbesnijdenis moet regelmatig tijdens het opgroeien van het meisje worden herhaald.
    2. Doorloop het afwegingskader: Beslis: Is melden noodzakelijk? Zo ja, meld bij Veilig Thuis en Is hulpverlening (ook) mogelijk? Zo ja, organiseer hulp.
      • Afweging 1. Heb ik een vermoeden van / is er sprake van (een risico op) meisjesbesnijdenis?
        • Nee: Sluit af en leg vast in dossier
        • Ja: Ga verder met afweging 2
      • Afweging 2. Heb ik een vermoeden van / is er sprake van acuter en/of structurele onveiligheid?
        • Nee: Ga verder met afweging 3
        • Ja: Meld bij Veilig Thuis. De afwegingen 3 tot en met 5 worden samen met Veilig Thuis doorlopen.
      • Afweging 3. Ben ik in staat effectieve hulp te bieden of organiseren?
        • Nee: Meld bij Veilig Thuis.
        • Ja: Ga verder met afweging 4.
        • Bij acute en/of structurele onveiligheid wordt deze afweging samen met Veilig Thuis doorlopen.
      • Afweging 4. Werken betrokkenen mee aan de geboden of georganiseerde hulp?
        • Nee: Meld bij Veilig Thuis.
        • Ja: Bied of organiseer hulp, ga verder met afweging 5.
        • Bij acute en/of structurele onveiligheid wordt deze afweging samen met Veilig Thuis doorlopen.
      • Afweging 5. Leidt deze hulp tot duurzame veiligheid?
        • Nee: Meld (opnieuw) bij Veilig Thuis.
        • Ja: Vervolg hulp met afspraken over het volgen van toekomstige (on)veiligheid met het ouders en/of meisje.
    3. Indien je betrokken blijft bij het gezin, monitor je de situatie door de afwegingsvragen steeds opnieuw te doorlopen totdat er duurzame veiligheid is.
    4. Documenteer.
    5. Het risico wordt als volgt ingeschat:

    Geen risico:
    Meisje loopt geen risico om besneden te worden. 

    Twijfelachtig risico:
    Meisje loopt op dit moment een twijfelachtig risico om besneden te worden, het risico om besneden te worden is (nog) niet weggenomen, maar er is op dit moment geen reëel risico om besneden te worden.

    Reëel risico:
    Meisje loopt op dit moment een reëel risico om besneden te worden, het risico dat ouder(s) hun dochter laten besnijden is niet weggenomen, er zijn signalen (vanuit het gesprek of via derden) die wijzen op een ophanden zijnde besnijdenis.

    Vermoeden uitgevoerde VGV:
    Er zijn signalen (vanuit het gesprek of via derden) die wijzen op een vermoeden dat het meisje is besneden.

    Vastgestelde VGV:
    Meisjesbesnijdenis is vastgesteld door Jeugdgezondheidszorg zelf of door huisarts / medisch specialist die het aan jeugdgezondheidszorg heeft doorgegeven.

     

    Indien gewenst kunt u gebruik maken van de expertise van PHAROS.